Hoe werkt het OSI-model precies?

Vandaag staan we even stil bij een klassiek onderwerp dat van belang is voor vrijwel iedereen in de IT, van netwerkspecialisten tot ontwikkelaars. Het 7-lagige OSI-model is een technologie-onafhankelijke abstractie van het totale IT-systeem.

Als je het hebt over de zeven lagen, denken IT'ers meestal aan het OSI-model, niet de zeven kringen van de hel, zoals de meeste mensen. (Hoewel het soms op hetzelfde kan neerkomen.) Het Open Systems Interconnection-model is een conceptueel model om de functies en verschillende niveaus van een netwerk of telecommunicatiesysteem weer te geven.

Meestal zie je dat in een piramidevorm weergegeven. De breedste basis is de fysieke laag, zoals de bekabeling, en de bovenste laag bestaat uit de programma's waar de eindgebruiker uiteindelijk mee communiceert. Het OSI-model is ontstaan omdat er een behoefte stond in het tijdperk van gateways en concurrerende netwerktechnologieën aan een uniforme indeling, zodat je weet welke technologie van toepassing is op welk deel van de stack.

Dat is handig voor vrijwel iedereen in de IT: van programmeurs (van welke lagen moet de applicatie gebruik maken?), systeembeheerders (waar zit het probleem van de gebruiker precies?) tot aan leveranciers (op welke delen van de IT-stack werkt product X?)

Er waren verschillende conceptuele modellen in de jaren 70. Bij TCP/IP werd bijvoorbeeld geen onderscheid gemaakt tussen de sessie-, presentatie- en applicatielaag en was de laag bovenop de transportlaag simpelweg de applicatielaag. Al die modellen werden in 1983 samengevoegd en gepubliceerd als het zeven lagen tellende OSI-model.

De meeste weergaves gaan van de bovenste laag (de applicatie) naar de onderste (hardware), dus we lopen de zeven lagen in die volgorde af. 'Layer 8', de officieuze IT-term voor eindgebruiker, laten we buiten beschouwing.

Het OSI-model biedt een abstractielaag die losstaat van de specifieke technologie die wordt gebruikt of protocol dat wordt aangesproken.

7: Applicatie

De applicatielaag - of toepassingslaag - is de top van het model en het punt van het systeem dat het dichtste bij de eindgebruiker zit. Het gaat hier om de programma's waar de eindgebruiker direct mee te maken heeft voor de communicatie met computersystemen. Een browser (Chrome, Firefox, Edge) is het simpelste voorbeeld, maar ook tekstprogramma's als Word en e-mailclients als Outlook zijn voorbeelden.

6: Presentatie

De presentatielaag gaat om het weergeven van data die losstaat van de applicatielaag. Het slaat in de regel op de verwerking tussen het netwerkformaat en het applicatieformaat. Met andere woorden, hier wordt de data 'gepresenteerd' aan de applicatie of andersom van het programma naar het netwerk toe. Een voorbeeld is versleuteling en decryptie van gegevens voor beveiligde communicatie.

5: Sessie

Als twee apparaten, bijvoorbeeld computers of servers, met elkaar moeten praten, is er een sessie nodig en dat wordt in deze laag afgehandeld. Functies hiervan zijn onder meer het starten en beëindigen van de applicatie aan elke kant van de sessie en de coördinatie er tussen - hoe lang moet een systeem bijvoorbeeld wachten op een reactie. Dit slaat op het eindpunt voordat er het netwerk wordt ingedoken, dus de socket (adres plus poort).

Related:
1 2 Page 1
Page 1 of 2
  
Shop Tech Products at Amazon